Toetswijzers

Toetswijzers voor PO en VO

De Profieltoets Rekenen biedt verschillende toetsen, die kunnen worden gebruikt in het PO, VO en MBO.

Een uitgebreide toets-wijzer biedt ondersteuning bij de keuze van de juiste toetsen voor elk niveau.

De Toetswijzer voor gebruik in het PO geeft per afnamemoment (bijv. bao m4) aan welke toetsen u kunt gebruiken.

De Toetswijzer voor gebruik in het VO geeft per functioneringsniveau (bijv. FN M7) aan welke toetsen u kunt gebruiken.

Deze uitgebreide Toets-wijzers kunt vinden bij “Downloads“.

Hieronder nog een korte toelichting op het gebruik per gebruikerscontext (PO / RT / VO / MBO)

In deze fase heeft de Profieltoets Rekenen een preventieve functie.

De nadruk ligt op vroegtijdige signalering van automatiseringsproblemen en gerichte oefening van de automatisering, gekoppeld aan de rekendrempels.

In de groepen 3 t/m 5 worden in ieder geval de automatiseringstoetsen afgenomen. De reguliere toetsen van methode en/of leerlingvolgsysteem geven vaak wel een beeld van de beheersing van de sommen (power), maar onvoldoende van de automatisering (speed) van de rekendrempels. Daardoor worden tekorten in de automatisering vaak in een later stadium ontdekt.

Door de afname van de automatiseringstoetsen kan men direct gerichte interventies uitvoeren, waardoor rekenproblemen in een later stadium worden voorkomen. Het heeft dus een belangrijke preventieve werking. Daarom begint de analyse in de onderbouw bij het groepsoverzicht automatisering.

De mate van beheersing (power) kan men bepalen op basis van de reguliere toetsen van methode en/of leerlingvolgsysteem. Bij twijfel kan aanvullend de betreffende screeningstoets worden afgenomen bij leerlingen, die onvoldoende scoren op de automatiseringstoetsen.

In deze fase krijgt de Profieltoets Rekenen een meer curatieve functie.

De toets geeft handvatten voor het gericht oefenen van de automatisering en het aanpakken van hiaten en foutenpatronen in het hoofdrekenen. Tevens geeft het de onderbouwing van compensatie / dispensatie (bij hardnekkige automatiseringsproblematiek).

Gedurende het verdere traject in groep 6 t/m 8 worden bij de risicoleerlingen zowel de screeningstoetsen als de automatiseringstoetsen afgenomen. De reguliere toetsen van methode en/of leerlingvolgsysteem brengen in de bovenbouw de beheersing van de sommen tot 100 (power) vaak niet meer expliciet in beeld. Ook de automatisering (speed) van de basiskennis wordt in de bovenbouw vaak niet meer in kaart gebracht. Daardoor worden tekorten in de automatisering vaak niet onderkend, met alle gevolgen van dien voor de rekenontwikkeling.

Door de afname van de screenings- en automatiseringstoetsen kan men direct gerichte interventies uitvoeren, waardoor verergering van rekenproblemen, in een later stadium worden voorkomen. In de bovenbouw gaat het om de vroegtijdige signalering van een stagnerende ontwikkeling van het hoofdrekenen op het niveau van groep 6 t/m 8. Het gaat daarbij om het kunnen toepassen van de basiskennis bij het hoofdrekenen met grotere getallen en bij vermenigvuldigen, delen, breuken, procenten en kommagetallen. Daarom begint de analyse in de bovenbouw bij het groepsoverzicht screening. De mate van beheersing (power) van het hoofdrekenen wordt door de screeningstoets in beeld gebracht.

Bij gebruik binnen een RT-praktijk heeft de Profieltoets Rekenen meestal een curatieve functie.

De toets geeft handvatten voor het gericht oefenen van de automatisering en het aanpakken van hiaten en foutenpatronen in het hoofdrekenen. Tevens geeft het de onderbouwing van compensatie / dispensatie (bij hardnekkige automatiseringsproblematiek).

Door de afname van de screenings- en automatiseringstoetsen kan men direct gerichte interventies uitvoeren, waardoor verergering van rekenproblemen wordt voorkomen. De analyse begint bij het rekenmuurtje van de leerling. Voor een compleet beeld van zowel ‘power’ als ‘speed’ wordt de Profielkaart aangemaakt. Verder biedt het programma de mogelijkheid om t.b.v. het diagnostisch gesprek de Analysekaart, een observatieblad en een sommenblad aan te maken.

In het Voortgezet Onderwijs heeft de Profieltoets Rekenen een curatieve functie.

Bij de start van het VO (VMBO of PrO wordt gestart met de afname van één van de standaard screeningstoetsen. Welke toets daarvoor wordt gekozen, is afhankelijk van het ingeschatte Functioneringsniveau van de leerling(en).

De automatiseringstoetsen geven een beeld van de mate waarin de basisvaardigheden (rekendrempels) voldoende geautomatiseerd zijn.

In het VO gaat het om de signalering van hiaten in de ontwikkeling van het hoofdrekenen. Het gaat daarbij om het kunnen toepassen van de basiskennis bij het hoofdrekenen met grotere getallen en bij vermenigvuldigen, delen, breuken, procenten en kommagetallen. Dit zijn ook weer vaardigheden, die bij andere vakken weer worden gebruikt.

In het MBO heeft de Profieltoets Rekenen een curatieve functie.

Bij de start van het MBO wordt de complete screeningstoets afgenomen.

De aanvullende automatiseringstoetsen geven een beeld van de mate waarin de basisvaardigheden (rekendrempels) voldoende geautomatiseerd zijn.

In het MBO gaat het om de signalering van hiaten in de ontwikkeling van het hoofdrekenen. Het gaat daarbij om het kunnen toepassen van de basiskennis bij het hoofdrekenen met grotere getallen en bij vermenigvuldigen, delen, breuken, procenten en kommagetallen. Dit zijn ook weer vaardigheden, die bij andere vakken weer worden gebruikt.