Verantwoording

De rekenontwikkeling –  een cumulatief  leerproces

Leren rekenen kan gekenschetst worden als een stapeling van kennis en vaardigheden. Dit cumulatieve karakter van het leren van de basisbewerkingen hebben we gevisualiseerd in “Het Rekenmuurtje”.

Het vier-fasen-model

Het Rekenmuurtje is opgebouwd in vier fases, waarbij we de eerste fase in de loop van het onderzoekstraject hebben opgedeeld in fase 1a en fase 1b.

De donker groene stenen in de onderste lagen vormen de basis voor een solide rekenontwikkeling. Bij deze sommen is de automatisering / memorisering van groot belang!

De verschillende toetsen van de Profieltoets Rekenen brengen het totale rekenmuurtje in beeld.

De automatiseringstoetsen brengen de vlotte beheersing (speed) van de donker groene stenen uit het muurtje in beeld.

De screeningstoetsen brengen de beheersing (power) van het complete rekenmuurtje in beeld.

De getalbegrip-toetsen brengen de beheersing van de “tussenlagen” in beeld. Het getalbegrip vormt de basis voor de “power” van de bewerkingen.

Het drempelmodel

Om het kennen en kunnen van een leerling in beeld te brengen wordt gebruik gemaakt van twee typen toetsen: Screeningstoetsen, bestaande uit de representatieve sommen voor de groepen 3 t/m 6/7 van het BaO, en automatiseringstoetsen, waarin de vlotte beschikbaarheid van de basiskennis wordt getoetst. Deze sommen die de basiskennis vormen, zijn verdeeld over vijf ‘drempels’:
1)    Optellen en aftrekken tot 10 ( 4+3, 7- 4)
2)    Getallenlijn tot 100
3)    Optellen en aftrekken over 10 tot 20 (8+7, 15-7)
4)    Bouwsteensommen tot 100 (47+30, 67-40, 35+7, 35-7)
5)    De tafels en de deeltafels
De vijf drempels vormen de basis voor het leren hoofdrekenen. Het vlot kunnen beschikken over de basale voorkennis van fase 1a / 1b en de tafels en deeltafels uit fase 2, geldt als een voorwaarde voor het procedureel correct kunnen oplossen van de sommen in de volgende fasen. Algemeen wordt aangenomen, dat reguliere basisschoolleerlingen bij de overgang van groep 5 naar 6 vlot en accuraat beschikken over de basale kennis-inhouden van de vijf drempels.

Het diagnostisch model

Voorafgaand aan het diagnostisch gesprek wordt de beheersing van de basisbewerkingen nauwkeurig in beeld gebracht. Aan de hand van de screenings- en automatiseringstoetsen, gekoppeld aan het vier-fasen-model, zijn achterstanden, hiaten en foutenpatronen vlot in beeld te brengen. Er is sprake van een getrapte werkwijze met de volgende stappen:

Stap 1: Screening:

  • Op welk instructie- / oefenniveau ( in welke fase) zit de leerling?
  • Welke sommen worden wel/niet beheerst?
  • Zijn er hiaten?
  • Is er sprake van een foutenpatroon?

Stap 2: Automatiseringstekorten in beeld:

  • Welke automatiseringstekorten (drempels) spelen op dit niveau een belemmerende rol?

Stap 3: Observatie ( met diagnostisch gesprek):

  • Van welke sommen gaan we de procedures observeren?
  • Welke procedures gebruikt de leerling?
  • Hoe is de uitvoering?